Recept. Tiroolse Schlutzkrapfen
Schlutzkrapfen, kortweg Schlutzer (in de regio ook wel Schlickkrapfen, Schlierkrapfen of Schlipfkrapfen genoemd) zijn een regionale pastaspecialiteit uit Tirol. Schlutzkrapfen worden gemaakt van een mengsel van rogge- en tarwemeel. De vulling varieert, maar bestaat meestal uit kwark gemengd met de kruiden die op dat moment in de tuin groeien!
De naam van deze deegzakjes is waarschijnlijk afgeleid van het woord „schlutzen“, wat in het Tiroolse dialect „glijden“ of „schuiven“ betekent. De term „Krapfen“ – die men eerder kent van het gebakje met jam – wordt in dit geval in algemene zin gebruikt voor iets gevulds.
Ingrediënten en bereiding
Voor 4 personen heb je de volgende ingrediënten nodig:
Voor het deeg:
• 200 g tarwemeel
• 200 g roggemeel
• 4 eieren
• een scheutje olijfolie
• een snufje zout
• eventueel wat water
Voor de vulling:
• 200 g kwark
• 1 stuks prei of lente-ui
• een paar blaadjes basilicum
• een paar blaadjes munt
• zout, peper
De bereiding van de Schlutzkrapfen gaat als volgt:
Bereiding deeg:
Meng het meel en het zout, voeg de eieren en een scheutje olijfolie (of koolzaadolie) toe. Als het deeg te stevig is, verdun het dan met een beetje water.
Kneed zo lang tot er een compact deeg ontstaat. Vorm er een bol van en laat deze minstens een half uur rusten.
Bereiding van de vulling voor Tiroolse Schlutzkrapfen:
Hak de kruiden fijn, snijd de prei of lente-uitjes in kleine stukjes. Meng de kwark met alle ingrediënten, breng op smaak met zout en peper.
Als het deeg voldoende heeft gerust, rol je het deeg met een deegroller flinterdun uit. Idealiter moet het zo dun zijn als een vel papier! Steek er vervolgens met een glas cirkels uit en maak deze voorzichtig los van de rest van het deeg. Leg op elk zo ontstane „deegschijfje“ met een klein lepeltje wat vulling en vouw vervolgens de randen halvemaanvormig over elkaar. Druk de rand stevig aan met een vork. Breng ondertussen in een ruime pan gezouten water aan de kook en kook de Schlutzkrapfen ongeveer 5 minuten in het kokende water.
Afgieten, laten uitlekken en opdienen. Serveer met bruine boter en naar smaak wat geraspte Begkäse.
Recept van Petra Neuner-Gyß



