Een kudde bruine schapen is mijn koninkrijk
Alpenweiden bepalen al duizenden jaren het landschap in de Tiroolse bergen. De leefomgeving ‘Alm’, zoals we die vandaag de dag kennen, is echter geen oorspronkelijk natuurlandschap, zoals velen misschien denken, maar veeleer het resultaat van jarenlange alpenweidebouw.

Wie in de zomer ooit de Glungezer-top heeft beklommen, heeft hoogstwaarschijnlijk al kennis met hen gemaakt – met de bruine Tiroolse bergschapen. Deze zijn veel minder bekend dan hun witte soortgenoten, maar zeker niet minder belangrijk. De dieren zijn uitstekend aangepast aan de omstandigheden in het hooggebergte en verblijven graag in rotsachtige omgevingen dicht bij de top. Het is dan ook niet verwonderlijk dat men ze ook tegenkomt bij aankomst bij het topkruis van de Glungezers.
Max Stern, pachter van de Schafalm op de Glungezer, is voorzitter van de „Tiroolse schapenfokkersvereniging voor bruine en zwarte bergschapen“ en heeft heel wat te vertellen over dit oude ras en de alpenweide-economie in Tirol.
Max, ik heb gehoord dat het bruine en zwarte bergschaap bijna eens is uitgestorven. Klopt dat?
Max Stern: Ja, dat klopt. Naast het steenschapenras en het witte bergschaap behoren de gekleurde bergschapen tot de oudste en meest traditionele schapenrassen in Tirol. In de loop der jaren is het gekleurde bergschaap echter in de vergetelheid geraakt, totdat het halverwege de 20e eeuw acuut met uitsterven werd bedreigd. Sinds 1992 wordt het bruine en zwarte bergschaap echter weer doelgericht gefokt in Tirol en zo met succes van de ondergang gered.
Dat is goed om te horen! Je bent de trotse eigenaar van een kudde bruine schapen. Hoeveel schapen lopen er zoal bij jullie op de boerderij rond?
Ongeveer 300, soms meer, soms minder.
En die staan in de winter in de stal en in de zomer veroveren ze de top van de Glungezer?
Precies (lacht). Begin mei worden de eerste dieren naar buiten gedreven en grazen ze de hele zomer op de oostelijke hellingen van de berg.
Voer jij de dieren op de alpenweide in de zomer ook?
Nee, de schapen lopen helemaal vrij rond. Afgezien van het zout dat op alpenweiden meestal als aanvullend voer wordt gegeven, zijn ze volledig op zichzelf aangewezen.
Dus je ziet ze één keer in het voorjaar en daarna pas weer in de herfst?
Nee, zo eenzaam zijn ze dan ook weer niet (glimlacht). Twee keer per week ga ik even kijken of alles in orde is. Mijn dochter Antonia is er ook vaak bij; zij deelt mijn passie, net als de hele familie Stern, voor het bruine bergschaap en ook voor de alpenweide-economie.
Over alpenweidebeheer gesproken: velen beseffen helemaal niet hoe belangrijk beheerde en goed onderhouden alpenweidegebieden voor ons land zijn. Kun je hier wat meer over vertellen?
Vooral voor landbouwhuisdieren is de alpenweide een diervriendelijke en belangrijke rustplaats. Daardoor worden de schaarse weidegronden in het dal ontzien en blijven deze beschikbaar voor de noodzakelijke voederproductie voor de winter. Door de vele alpenkruiden die ze eten en de voldoende beweging worden dieren die op de alm leven bovendien, in tegenstelling tot dieren die uitsluitend in de stal staan, beschouwd als aanzienlijk robuuster, gezonder en evenwichtiger.
Maar ook het toerisme profiteert hiervan…
Precies. De dieren van de almen grazen en lopen de hele zomer over de almenweiden, waardoor het cultuurlandschap van de almen behouden blijft. Anders zouden er op veel plaatsen in de winter geen skipistes meer mogelijk zijn, omdat deze zouden verwilderen. Bovendien wordt het risico op bodemerosie, zoals modderstromen of lawines, verminderd.
… en zo’n alpenweide is ook nog eens prachtig om te zien!
Ja, het door landbouw ontstane cultuurlandschap levert vandaag de dag een waardevolle bijdrage aan de toeristische populariteit van het Alpengebied. Zowel gasten als de lokale bevolking waarderen de almen zeer als recreatiegebied.
Zijn er nog andere voordelen?
Maar natuurlijk – en wel een heel belangrijk voordeel, in ieder geval voor fijnproevers zoals ik (lacht). Producten van de alm – of het nu gaat om zelfgemaakte almboter, aromatisch vlees van het almvarken of bergkaas rechtstreeks uit de kaasmakerij – smaken veel beter dan conventionele of zelfs industrieel vervaardigde producten en zijn van de allerhoogste kwaliteit. Ook wat voedingsstoffen betreft is een product van de alm onverslaanbaar.
In principe moet men op een alpenweide ... op de gemarkeerde paden wandelen.… een afstand van ten minste 20 meter tot het grazende vee aanhouden.… In geen geval grazende dieren aaien of voeren… in de buurt van dieren rustig zijn en lawaai vermijden… geen weidegebieden of kuddes doorkruisen… honden altijd aan de lijn houden… weidehekken die je passeert, weer sluiten… afval mee naar huis nemen.
