Het mysterieuze Voldertal
In een lichte bocht naar links strekt het dal zich uit tot aan de 2.479 meter hoge Naviser Jöchl in de Tuxer Alpen. Massatoerisme is in het Voldertal een onbekend begrip. Daarom zijn er weliswaar veel almen, maar het zijn almen in de oorspronkelijke betekenis en geen herbergen.

Op de alpenweiden in het Voldertal wordt in de zomer vee gehouden, meestal runderen, maar ook schapen of geiten. Aan veel paden in het Voldertal is te zien dat ze slechts zelden worden bewandeld. Vaak zijn het slechts padsporen die min of meer duidelijk door het terrein lopen en soms nauwelijks gemarkeerd zijn. Een goede wandelkaart is juist in het Voldertal een grote hulp.
Aan de hand van drie wandelingen in het dal wil ik een paar indrukken van dit dal geven. De eerste wandeling is eenvoudig, de tweede vereist een vaste tred en een zekere uithoudingsvermogen, de derde is een tocht in het padloze hoogalpiene gebied. Ook al is het terrein daar niet echt moeilijk, deze tocht vereist alpine ervaring en oriëntatievermogen.
Wandeling via de Stiftsalm in het Voldertal
Een wandeling van een uur over de Stiftsalm geeft ons een eerste indruk van het Voldertal. We beginnen bij de parkeerplaats vlak achter het Volderwildbad. Eeuwenlang hebben gasten het Volderwildbad bezocht om rust en genezing te vinden, totdat het bad in 1965 werd gesloten. Tegenwoordig is het complex, met de kapel gewijd aan de heilige artsen Kosmas en Damian, gerenoveerd en een populaire locatie voor bruiloften.
Vanaf de parkeerplaats volgen we een halve kilometer de weg richting Windegg, waarna een pad ons links het bos in leidt. Na enkele meters zien we rechts in de rotsen een grot met beschermengelen.
De Stiftsalm in het Voldertal
Het pad loopt verder langs met varens en mossen begroeide rotsblokken, voordat het uitmondt in een karrenpad. Kort daarna bereiken we de glooiende weiden van de Stiftsalm. Bij de alm springt vooral de kapel van de Pijnlijke Moeder Gods met haar uivormige torentje in het oog.
De Stiftsalm en de bijbehorende Oberleger waren tot in de 16e eeuw het hele jaar door bewerkte boerderijen. Toen kocht het Haller Damenstift de twee boerderijen en maakte er almen van om het vee van het klooster te kunnen verzorgen. De kloosterzusters zullen echter niet de beste reputatie hebben gehad. Een legende vertelt over een gierige abdis die de herders en herderinnen streng verbood om bedelaars ook maar het minste te geven. Ze moesten het liever aan de varkens voeren. Al kort na haar dood zou de abdis op een witte schimmel rijdend op de Stiftsalm zijn verschenen. Ook in latere tijden zouden er op de alm steeds weer spookachtige verschijningen zijn geweest; zo werd er bijvoorbeeld steeds weer gesproken over de ‘Stiftsgeist’.
Als de alm in bedrijf is, kunnen we hier wat verse melk drinken voordat we de weg nog een paar honderd meter het dal in volgen en vervolgens via de Voldertalstraße weer naar het Volderwildbad teruglopen.
In het hart van het Voldertal
Tijdens deze tweede wandeling bezoeken we het hart van het Voldertal, de mystieke open plek in het bos Schwarzbrunn en de Gwannalm daarboven.
Via de Voldertalstraße kunnen we vanaf Volderwildbad nog enkele kilometers het dal in rijden, omdat we bij de laatste boerderij voor Volderwildbad vier euro tol in de automaat hebben gestopt. De rit naar de parkeerplaats Nößlach bespaart ons een uur lopen. Tien minuten lopen onder de parkeerplaats ligt trouwens direct aan de beek de Voldertalhütte van de Naturfreunde, die van begin mei tot eind oktober geopend is en waar je ook kunt overnachten.
Vanaf het hek bij de parkeerplaats van Nößlach lopen we een half uur het dal in tot aan de Schwarzbrunn. Voor mij klopt hier het hart van het Voldertal. De door de Voldertalbach doorkruiste open plek in het bos ligt bezaaid met rotsblokken. Met korstmossen begroeide boomstronken steken de lucht in, daartussen stromen kleine beekjes, waarlangs in de vroege zomer de gele boterbloemen hun gele pracht ontvouwen.
Vroeger lag hier misschien een meer; de legende van de reus van de Glungezer maakt daar in ieder geval melding van. Uit wraak voor zijn afgewezen liefde duwde de reus, die op de Glungezer woonde, het koninklijk paleis met de koning en zijn vier lieftallige dochters met een reusachtige stenenlawine het dal in. Op maanverlichte nachten zouden de verdronken koningsdochters boven het meer hebben gezweefd. De reus daarentegen heeft zichzelf vanwege zijn daad vervloekt en is als dwerg in het meer gestort.
Vanaf de Schwarzbrunn volgen we het pad omhoog naar de Klausboden, waar we via een ijzeren brug de Voldertalbach oversteken en verder wandelen naar de Gwannalm. Vijf minuten voor de Gwannalm loopt het pad rechts weer naar beneden, terug naar Schwarzbrunn. Voordat we het smalle pad naar Schwarzbrunn inslaan, kijken we nog even even naar de alm.
Een bijzonder meer
Maar niet alles in het Voldertal is via wandelpaden bereikbaar. Helemaal achterin het Voldertal ligt een mysterieus meer waarvan het water via de berghelling wegstroomt. Via een kleine rotsrichel stroomt het water in een naastgelegen beekje, om samen met de beek ter plekke te verdwijnen. Ondergronds baant het water zich een weg naar beneden en komt pas een flink stuk verderop weer aan het daglicht.
Als we vanaf het meer nog een klein kwartier verder door het dal in oostelijke richting omhoog lopen, komen we bij de verlaten mijn in de Eisenkar. Nog steeds getuigen de overblijfselen van een mijnwerkershut, een dichtgestorte ingang van een mijngalerij en ophopingen van rood ijzererts op de grond van het werk van de mijnwerkers. Ongeveer 200 tot 300 jaar geleden haalden ze hier ijzererts uit de berg, vermaalden het op de plekken die vandaag de dag nog steeds zichtbaar zijn en scheidden het van het steengruis.
Deze drie suggesties kunnen een inspiratiebron zijn om zelf op ontdekkingsreis te gaan in het Voldertal. Ik doe dat steeds weer en schrijf erover op mijn blog www.voldertal.at.






