Dieren in de herfst – Zo maken ze zich klaar voor de winter: inheemse vogels
Onze Nature Watch-gids Susi legt in een korte serie uit hoe het betreffende dier omgaat met de vijandige leefomstandigheden.
De sneeuwvink
De sneeuwvink, ook wel sneeuwmus genoemd, leeft voornamelijk in hoogalpiene, rotsachtige gebieden (1900-3100 m) en is een standvogel. De vleugels zijn wit; alleen de handveren en de duimveer zijn zwart. De witte staart heeft een dunne zwarte staartband; alleen de twee binnenste staartveren zijn zwart. Ook de poten en de iris zijn zwart. De bovenzijde is mat aardbruin, de onderzijde van de romp is overal wit. De kop is grijs. In de zomer zijn de snavel en de keel zwart; in de winter wordt de donkere keelvlek bedekt door lichte veren. De snavel is in de winter ivoorkleurig. Vrouwtjes zijn iets lichter gekleurd dan mannetjes. De sneeuwvink beschikt over een gevarieerd repertoire aan geluiden.
De sneeuwvink voedt zich voornamelijk met insecten en zaden. In wintersportgebieden is hij erg tam en komt hij graag dicht bij mensen om kruimels op te pikken. Dat hebben jullie misschien al eens bij een of andere skihut gezien!
Hij bouwt zijn nest in rotsspleten of in verlaten knaagdierholen. Het legsel bestaat uit vier tot vijf eieren, de broedtijd bedraagt twee weken. Beide ouders zorgen voor de opvoeding van de jongen; er kunnen tot twee broedsels per jaar zijn.

De berkenvink
De berkenvink weegt slechts 13 tot 16 gram – een echt lichtgewicht dus! Zijn rug is grijsbruin gestreept, zijn buik is wit. Het vogeltje heeft een karmijnrode voorhoofdstreep en een vage witte streep boven de ogen. Vrouwtjes en jonge vogels hebben geen roze borst zoals het mannetje. Zijn vluchtriep klinkt als tschett-tschett-tschett...
In de winter komen er bovendien berkenvinken uit het noorden naar ons toe. Ze leven in berken-, lariks-, els- en naaldbossen, maar ook in parken en tuinen. Het zijn behendige klimmers en ze voeden zich met kleine zaden en kleine insecten. Hij bouwt zijn nest van mos, takjes, halmen en veren, meestal op takvertakkingen van bomen en struiken. De vrouwtjes leggen 4-5 eieren, die 10-12 dagen worden uitgebroed. Gedurende deze periode voorzien de mannetjes de vrouwtjes van voedsel.

De elzensijsik
Ook de elzensijs is een kleine, lichte vogel (12-15 gram). Het mannetje heeft een contrastrijke zwart-geel-groene kleur, met een zwart voorhoofd en een zwarte kin, een gele kop en groene wangen. De rug is grijsgroen, de vleugels zwart met een gele band. De vrouwtjes zijn iets onopvallender gekleurd.
Ze komen in heel Europa voor. Elzenvinken broeden het liefst hoog in sparren; de nesten worden gebouwd van grassen en mossen. 3-5 eieren worden 13 dagen lang uitgebroed; de jongen worden gevoed met bladluizen en rupsen.

Inheemse vogels in de winter
Vogels zijn in de winter echte knuffelaars: ze kruipen dichter tegen elkaar aan en profiteren van de contactwarmte die daarbij ontstaat. Door het dikkere verenkleed dat ze krijgen, ontstaat bovendien een echte isolatielaag.
In het koude seizoen, vooral bij sneeuwval en vorst, zorgt het voeren ook voor het voortbestaan van onze inheemse vogels en de wintergasten uit het noorden. Door een continue voedselvoorziening vanaf de eerste vorst tot het begin van de lente kunnen we ervoor zorgen dat onze gevederde vrienden geen honger hoeven te lijden!
Willen jullie deze dieren zelf eens in het wild beleven? Begeleide Nature Watch-wandelingen met sneeuwschoenen of te voet bieden jullie daar talrijke mogelijkheden voor. Meer informatie en aanmelding hier
Fotocredits: (c)Alpenpark Karwendel
