Ga naar de inhoud
Nina Bensch-Wielander

von Nina Bensch-Wielander

07 januari 2026

Delen

Een berg op zich: achter de schermen van de Glungezerbahn

Velen zijn er dol op, maar slechts weinigen weten hoe het er op de Glungezer werkelijk aan toe gaat: voor Griaß di nemen we een kijkje achter de schermen van deze cultberg.

Zwei Männer auf einer verschneiten Fläche neben einem Schneemobil, im Hintergrund Bäume und ein Gebäude.

Bedrijfsleider Gilbert „Gilli“ Bachmann en zijn plaatsvervanger Thomas komen op hun Skidoo aangereden en leggen ons, nieuwkomers op het gebied van kabelbanen, eerst de basisbeginselen uit.

„Elke kabelbaan heeft een aandrijfstation en een tegenstation. Vanuit het aandrijfstation wordt de hele kabelbaan aangestuurd. Indien mogelijk bouwt men het aandrijfstation op de berg, want dan werkt het gewicht van de kabel (40 ton zwaar!) in je voordeel. Bij beide gondelbanen op de Glungezer is het aandrijfstation dankzij slimme planning op de berg geplaatst.
Een klein nadeel van dit model: „Bij noodgevallen moet je soms gewoon te voet de berg op. Dat is Gilli ook al eens overkomen. „Bij de oude lift moest de ‘voet-Mercedes’ vaker aan de slag”, glimlacht hij. „En vroeger moesten de medewerkers van de Glungezerbahn zelfs op de berg overnachten om de diesellift om vijf uur ’s ochtends in te schakelen, zodat deze op tijd op temperatuur was.”
Het werk als liftmedewerker was vroeger sowieso zwaar: zo moesten bijvoorbeeld bij de seizoenswisseling de eenpersoonsstoeltjes op zolder worden opgestapeld en moesten in plaats daarvan de sleepliftbeugels worden opgehangen. Bovendien moesten alle zeshonderd (!) beugels volledig met de hand worden onderhouden.
„Vastgeklemde sleepliftbeugels moeten ook nu nog om de paar weken worden verplaatst om mogelijke draadbreuken in de kabel te voorkomen“, legt de bedrijfsleider uit.
Met de moderne gondelbanen is het werk echter een stuk lichter geworden. Daardoor is het voor de Glungezerbahn ook makkelijker om nieuwe medewerkers te vinden.

Moderne technologie op grote hoogte

Nu neemt Gilli ons mee naar een bijzonder interessant deel van het bergstation: via een steile ladder bereiken we de technische installaties boven de gondelbaan. We staan boven de wielen die de gondel afremmen voordat deze het station binnenrijdt.
Ook de motor en de versnellingsbak bevinden zich hierboven. „De Glungezerbahn is een EUB – een enkelspoorbaan“, legt Gilli ons uit. „Dat betekent dat de trek- en draagkabel identiek zijn. Er zijn ook grote remmen, de bedrijfsrem en de veiligheidsrem, die in geval van nood de hele kabelbaan binnen een paar seconden tot stilstand kunnen brengen.” We voelen het gebrom van de motor en beseffen hoeveel kracht er nodig is om een hele kabelbaan te laten rijden die tijdens piekuren duizend personen per uur de berg op vervoert. „Dan rijdt de kabelbaan met de maximumsnelheid van zes meter per seconde“, legt Gilli ons uit.

Aan het roer van de macht: de commandokamer

Terug in de commandokamer, die tegenover de observatieruimte ligt, mogen we dan zelf de kabelbaan bedienen. Van hieruit wordt de gondelbaan bestuurd.
Hoewel veel volledig automatisch wordt aangestuurd en bewaakt, is een goede „Lifteler“ ook vandaag de dag nog onmisbaar. Dat kunnen we ons goed voorstellen, want er moeten heel wat knoppen en schakelaars worden bediend en er moeten talloze displays in de gaten worden gehouden. We mogen een gondel virtueel „markeren“. Dat is het signaal voor de medewerker in het bergstation dat er een gondel aankomt met bijzondere lading, zoals bijvoorbeeld een geldtransport, of iemand die waarschijnlijk wat langer nodig heeft om uit te stappen.
‘Een liftbediende moet bovendien een zekere vooruitziendheid hebben’, legt Gilli ons uit. „Hij houdt alles in de gaten: de binnenkomende gondels, het weer, de windsnelheid en -richting, het hele bergstation. Het is een baan met heel veel eigen verantwoordelijkheid. Ondanks alle techniek zijn er situaties waarop nauwkeurig moet worden gereageerd.“

Waar gondels overnachten

Bij de Glungezerbahn mogen de gondels elke avond de ruime gondelgarage in. Boven de gondelgarage bevindt zich een werkplaats voor reparaties. „We doen bijna alles zelf, behalve dingen waarvoor je speciale apparatuur nodig hebt”, legt Gilli uit. Het wordt ons nu definitief duidelijk dat je als liftmedewerker idealiter ook over handvaardigheid beschikt.
Handvaardigheid is ook elders vereist – bij het besturen van de grote Pistenbullys. Er zijn er vier in gebruik op de Glungezer, een kleine voor het prepareren van de rodelbaan en de winterwandelpaden en een „oude dame“ als reserve.
Als Gilli begint te vertellen over zijn ritten in de Pistenbully, beginnen zijn ogen te stralen. „Rijden met een pistebully is een passie die moeilijk uit te leggen is. Je rijdt in alle stilte, vaak in het donker, urenlang, door weer en wind, maar als je daardoor de perfecte piste creëert, is dat een waar genot.“ Elke sneeuwruimerbestuurder heeft zijn eigen stuk dat hij in zijn eentje bewerkt, maar soms wordt er ook in colonne gereden. „Dat is dan echt een gaaf gezicht“, zegt Gilli enthousiast. „Maar om met een sneeuwruimer te rijden, moet je wel een bepaald talent hebben.“
Dit talent is ons niet in de wieg meegegeven, maar we mogen toch plaatsnemen in de gigantische machine. De Sith zit verrassend comfortabel, het uitzicht is geweldig. Toch kunnen we ons voorstellen dat het vooral ’s nachts vaak lastig is om snel op obstakels te reageren. Daarom is de regeling voor nachtelijke toerskiërs ook zo belangrijk. „Sinds we de officiële toerski-avonden hebben ingevoerd, waarop pas om 22.30 uur met het prepareren van de pistes wordt begonnen, is de soms gespannen situatie verbeterd.“ Gilli roept alle toerskiërs op om zich ook in de toekomst aan deze regeling te houden. Dat het team van de Glungezerbahn daardoor pas om vier uur ’s ochtends naar bed kan, is de keerzijde van de medaille, maar dat nemen ze graag voor lief voor een goede samenwerking op de berg.

Handwerk bij de sleeplift

Zwei Personen auf einer Skihänge, eine in Skifahrposition, die andere lehrend. Beide tragen Winterkleidung auf einer schneebedeckten Fläche.

Er is één ding dat een machine waarschijnlijk nooit zo goed zal kunnen als een mens: de beugel bij de sleeplift vastpakken.
Daar is namelijk gevoel voor nodig. Het maakt een verschil of er een volwassen vrouw of een lichte vierjarige meerijdt.
Belangrijk bij het rijden met de sleeplift: altijd in de spoorlijn blijven!”, geeft liftmedewerker Milan ons als tip mee. En dan proberen we het zelf. We hebben één poging nodig, maar dan lukt het ons om de beugel aan te reiken. Hoe prettig dat voor de passagier was, laat hij niet merken en hij rijdt met een groet weg.
„De beugels bij de sleeplift moeten altijd goed worden onderhouden“, legt Gilli ons uit over dit steeds zeldzamer wordende type lift. Ze moeten altijd goed vastzitten en worden regelmatig met de hand gecontroleerd.

De Glungezer: een veelzijdige winterberg

Naast skiën en skitochten is de Glungezer de afgelopen jaren uitgegroeid tot een veelzijdige berg voor wintersporters: de winterwandelroutes zijn populair; de panoramische rodelbaan al helemaal. Sabine, Silke en Christine hebben hier een geweldig aanbod gecreëerd: als rodelgidsen leren ze zowel kinderen als volwassenen hoe je op de juiste manier en vooral veilig kunt rodelen. Hiervoor is er een eigen rodelparcours bij het dalstation van de Kombibahn. Alle informatie over „Zwugls Rodelschule“ vind je hier.

Tot slot staan we weer in de commandokamer. We hebben veel respect voor wat alle liftmedewerkers dagelijks doen om ervoor te zorgen dat wij, wintersporters en natuurliefhebbers, perfecte omstandigheden aantreffen op de Glungezer. En we hebben nog twee persoonlijke vragen aan de bedrijfsleider van het eerste uur. Gaat Gilli zelf ook wel eens skiën in zijn eigen skigebied? „Eerder zelden“, zegt hij. „Maar als ik het doe, geniet ik er dan wel van.“ En het volgende grote project? „De nieuwe Schartenkogel-lift. En een afdaling naar het dal. Dan zou ik helemaal gelukkig zijn. Voorlopig.“ Gilli voegt er met een knipoog aan toe: „Maar het belangrijkste is: doorzetten!“

Alle informatie over de Glungezer vind je hier.

Nina Bensch-Wielander

Nina Bensch-Wielander